Toets creëren

Creëren van een nieuwe toets­

U bent ingelogd. U opent de tegel ‘Toetsen’ in het menu ‘Itembank’.

Hier ziet u alle toetsen die al eerder door u of één van uw vakcollega’s zijn aangemaakt. Als u nieuw bent in Test-Correct dan is deze lijst waarschijnlijk leeg.

Rechtsboven de lijst ziet u drie knoppen:

  • Toetsen inplannen, hiermee kunt u bestaande toetsen inplannen;
  • Filteren, hiermee kunt u makkelijker zoeken naar bepaalde toetsen in uw itembank;
  • Nieuwe toets, u krijgt een leeg sjabloon voor de creatie van een nieuwe toets.

Klik op ‘Nieuwe toets’.
U krijgt nu een pop-up (zie afbeelding 7) te zien met de titel ‘Toets aanmaken’. U vult hier alle lege velden in. Het systeem vraagt hier algemene informatie over de toets die het nodig heeft voor latere afname, analyse en rangschikking.

Afb.7 De pop-up ‘Toets aanmaken’

Afb.7 De pop-up ‘Toets aanmaken’

Uitleg van alle lege velden:

  • Titel, Dit is de naam van de toets die u, uw collega’s & studenten terug zien;

Tip: geef in de titel aan voor welk schooljaar deze toets bedoelt is

  • Type, u kunt kiezen tussen summatief, formatief & oefentoets. Op dit moment is er nog geen verschil tussen de drie (behalve dat bij de summatieve toets een weging van minstens 1 verplicht is). In de toekomst zullen we het volgende onderscheid maken:
    • Summatief, weging minstens 1 & surveillant verplicht.
    • Formatief, weging 0 & surveillant verplicht.
    • Oefentoets, weging 0 & surveillant niet verplicht.
  • Niveau, u kunt hier kiezen uit de onderwijsniveaus waar u in dit huidige schooljaar les aan geeft;
  • Periode, u kiest hier voor welke rapportperiode deze toets is bedoeld;
  • Afkorting, maximaal 5 karakters, dit zal in de toekomst van belang zijn zodra er een synchronisatie met het Leerlingvolgsysteem (LVS) heeft plaatsgevonden;
  • Vak, u kunt hier kiezen uit de vakken waar u in dit huidig schooljaar les in geeft;
  • Niveau-jaar, kies hier het leerjaar uit waarvoor deze toets bedoeld is;
  • Vragen shuffelen, u kunt deze optie aan of uit zetten. Als u deze optie aan zet, dan zullen alle vragen binnen de toets die niet zijn vastgepind (zie onderaan deze pagina voor meer uitleg) in willekeurige volgorde worden aangeboden aan de studenten, bij iedere student is dit een andere volgorde;
  • Introductie-tekst, het is mogelijk om voorafgaand aan de toets de studenten te instrueren. De tekst die de studenten moeten lezen alvorens ze aan de toets starten kunt u hier plaatsen.

Onderin de pop-up ziet u twee knoppen. De knop ‘Toets aanmaken’ en de knop ‘Annuleer’. Als u alle velden heeft ingevuld, controleert u nogmaals of dit correct is gedaan. Klik dan op de knop ‘Toets aanmaken’.
Zodra u op de knop ‘Toets aanmaken’ heeft geklikt komt u terecht in de desbetreffende toets en is er direct de pop-up ‘Vraag toevoegen’ (zie afbeelding 8). U krijgt meteen de mogelijkheid om een nieuwe vraag te creëren. Wilt u eerst beginnen met een bestaande vraag uit de itembank of het maken van een vraaggroep, klik dan op de knop ‘Annuleer’ rechtsonder in de pop-up.

Afb.8 Screenshot van pop-up ‘Vraag toevoegen

Afb.8 Screenshot van pop-up ‘Vraag toevoegen

 

 

Nieuwe vraag-groep toevoegen

In deze pop-up kunt u de algemene informatie van de groep vragen opmaken. De volgende velden moet u invullen:

  • Naam, geef de groep een herkenbare titel refererend aan het thema van een gemeenschappelijke bron (bijvoorbeeld ‘energietransities van de 21e eeuw’) of de gemene deler van de vraagsoort (bijvoorbeeld ‘Juist of onjuist?’);
  • Omschrijving, de tekst die u hier schrijft zal de student terug zien bij iedere vraag binnen deze groep;
  • Op plek binnen toets vastpinnen, als deze optie aanstaat en de optie ‘Shuffle vragen tijdens afname’ bij de toets ook aanstaat, dan zal de vraag-groep altijd in de positie blijven waar de docent deze heeft geplaatst bij het creëren van de toets. (bijvoorbeeld als u wilt dat al uw studenten beginnen met een aantal makkelijke vragen rondom dezelfde bron, dan kunt in de toets beginnen met deze vraag-groep, door de optie ‘Op plek binnen toets vastpinnen’ aan te vinken. Als u er vervolgens voor kiest om de vragen binnen de toets te shuffelen. Dan zullen alle studenten nog steeds beginnen met de vragen in deze vraag-groep.);
  • Vragen in deze groep shuffelen, als deze optie aan staat dan zullen de vragen binnen de groep in willekeurige volgorde gepresenteerd worden aan de student. Dit is bij iedere student anders;
  • Openbaar maken, in de nabije toekomst zullen wij Test-Correct uitbreiden met de Nationale Itembank. U krijgt dan de mogelijkheid om items van uw vakcollega’s uit het hele land te gebruiken. Als deze optie is aangevinkt geeft u uw vakcollega’s (buiten uw school) de mogelijkheid om dit item te vinden in de Nationale Itembank en te gebruiken binnen hun eigen toets. U blijft overigens auteur van dit itemen zeggenschap houden, ook als u wenst te delen met uw collega’s.

In een vraag-groep kunt u gezamenlijke bronnen toevoegen en nieuwe vragen creëren.

 

Nieuwe vraag toevoegen

In de pop-up kunt u kiezen tussen veel verschillende vraagsoorten. Op dit moment hebben wij alle mogelijke vraagsoorten die u op papier kan afnemen ontwikkeld. Deze bevinden zich in deze pop-up.

Voor meer uitleg over het type vragen en hun werking verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Vraagitems’.

 

Bestaande vraag toevoegen

In deze pop-up kunt u zoeken in alle bestaande vraagitems in de itembank. U kunt filteren of zoeken op termen, type, niveau, leerjaar en analyses bekijken van vraagitems om de meest geschikte vraagitem te vinden. U kunt echter alleen vragen van de vakken waarin u lesgeeft opzoeken.

Opmerking: Standaard is de filter ingesteld op het vak, niveau en leerjaar van de toets die u op dat moment aan het maken bent. Door op de knop ‘Filteren’ te klikken kunt u de instellingen aanpassen.

Door op het vergrootglas-icoontje te klikken naast een vraagitem kunt u de inhoud van de vraag bekijken.

Opmerking: Dit gaat niet als het een vraag-groep betreft. In dat geval importeert u eerst de vraag-groep naar uw toets door op het plus-icoontje te klikken.

Zodra u een geschikte vraag gevonden heeft, drukt u op het plus-icoontje aan de rechterkant. De vraag is toegevoegd aan uw toets.

U heeft alle benodigde vragen toegevoegd, u bent tevreden over de inhoud van uw toets. Tijd voor de volgende stap.

Rechtsboven in de toets ziet u zes knoppen:

  • Terug, deze brengt u terug naar ‘Toetsen’ in de itembank;
  • Inplannen, hiermee kunt u deze specifieke toets direct inplannen;
  • Voorbeeld, in deze pop-up krijgt u een idee hoe de student de toets zal zien op zijn scherm.
  • PDF, in deze pop-up genereren we een PDF-bestand van de toets zoals hij is opgemaakt door u als docent. U kunt deze PDF vervolgens downloaden naar uw device. Dit kan handig zijn wanneer:
    • Uw school het u verplicht om een aparte administratie bij te houden van alle gemaakte toetsen.
    • U twijfelt over de continuïteit van het computernetwerk, internetverbinding of stroomvoorziening.
    • U niet zeker bent dat iedere student in het bezit zal zijn van een device met toegang tot het internet.

Met de toets in PDF achter de hand bent u zeker van de afname van de toets. In het uiterste geval kunt u deze namelijk uitprinten en uitdelen aan uw studenten;

  • Verwijderen, hiermee verwijdert u deze toets uit de itembank;
  • Gegevens wijzigen, hier kunt u de algemene informatie aanpassen van de toets.

 

Vraagitems

Op dit moment zijn er 12 vraagtypes die verdeeld zijn onder 11 categorieën.
Bij het creëren van een vraagitem vraagt het systeem een aantal standaard zaken dat bij ieder vraagtype terug te vinden is. Deze zijn te vinden in het bovenste gedeelte in de pop-up bij het creëren van de vraag (zie afbeelding 9).

Afb.9 Screenshot bij het creëren van een open vraag

Afb.9 Screenshot bij het creëren van een open vraag

 

Functies die u aan of uit zet zijn:

  • Bespreken in de klas. Aan betekent dat studenten worden betrokken bij de het beoordelen van deze vraag op het moment dat u de toets bespreekt. Uit betekent dat deze vraag wel te zien zal zijn bij het bespreken, maar dat studenten niet worden betrokken bij de beoordeling. (dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn als je een enquêtevraag in de toets stopt die je uiteindelijk niet mee wilt laten tellen en/of bespreken);
  • De vraag vastzetten. Aan betekent dat de vraag is vastgepind. Als deze optie aanstaat en de optie ‘Shuffle vragen tijdens afname’ bij de toets ook aanstaat, dan zal de vraag altijd in de positie blijven waar de docent deze heeft geplaatst bij het creëren van de toets. (bijvoorbeeld als u wilt dat al uw studenten beginnen met een makkelijke vraag dan kunt in de toets beginnen met deze vraag, vink de optie ‘Deze vraag vast zetten’ Als u vervolgens ervoor kiest om de vragen binnen de toets te shuffelen. Dan zullen alle studenten nog steeds beginnen met deze vraag.);
  • Halve punten mogelijk. Als deze optie aanstaat dan krijgt de beoordelaar, docent en/of het systeem de mogelijkheid om ook halve punten toe te wijzen bij het beoordelen/nakijken;
  • Openbaar maken. In de nabije toekomst zullen wij Test-Correct uitbreiden met de Nationale Itembank. U krijgt dan de mogelijkheid om items van uw vakcollega’s uit het hele land te gebruiken. Als deze optie is aangevinkt geeft u uw vakcollega’s (buiten uw school) de mogelijkheid om dit item te vinden in de Nationale Itembank en te gebruiken binnen hun eigen toets. U blijft overigens auteur van dit item. U blijft de zeggenschap houden, ook als u wenst te delen met uw collega’s.

U kunt ervoor kiezen dat studenten een kladblokje hebben om op te schrijven of te tekenen. Dit is een schrijf- of tekenveld dat de student naast het bestaande antwoordveld kan oproepen. Dit kan handig zijn bij vragen waar studenten het fijn vinden om eerst hun gedachtes op papier te zetten of een berekening te maken voordat ze antwoord geven. Bij het nakijken door de docent heeft de docent inzicht op de inhoud van het kladblokje.

Als u bij een vraagitem een kladblokje wenst, dan moet u kiezen of de student mag tekenen of schrijven op zijn kladblokje.

Bij de meeste vraagtypes ziet u in de linker bovenhoek van de pop-up een veld met de naam ‘Punten’. Hierin geeft u aan hoeveel punten de student maximaal kan halen bij deze vraag. Bij de vraagtypes Multiple Choice en ARQ-vraag is dit veld niet aanwezig, dit komt omdat u in het antwoordmodel al aangeeft welke antwoorden correct zijn en hoeveel punten ze waard zijn.

Bij ieder vraagtype zijn in het middengedeelte van de pop-up de volgende tabbladen te zien:

  • Vraag. Hier formuleert u de vraagstelling. (bij de Gatentekst-vraag en de Selectie-vraag is dit tabblad vervangen door het tabblad ‘Tekst’, meer uitleg bij ‘Gatentekst’ en ‘Selectievraag’;
  • Antwoord. Afhankelijk van het vraagtype geeft u hier het/de antwoord(en) aan. Lees verder bij de specifieke vraagtypes wat u hier kunt verwachten;
  • Bronnen. Hier kiest u bestanden van uw computer of plaatst u een hyperlink naar bronnen die studenten mogen inzien en/of beluisteren bij deze vraag. Lees verder bij ‘Bronnen’ voor verdere uitleg;
  • Eindtermen. Hier kunt een domein kiezen (en een subdomein als dit gewenst is) van het examenvak waar de huidige toets aan gekoppeld is. In het VO zijn dit de eindtermen die door het Ministerie van OCW zijn opgesteld. In het MBO zijn het zelf opgezette leerdoelen. Test-Correct kan met deze informatie interessante analyses maken die de student en docent inzicht kunnen verschaffen in de voortgang en voorbereiding kunnen geven naar het examen toe;
  • Tags. Hier kunt u als docent zelf labels toevoegen waar u op kunt filteren in de zoekmachine van de vragenbank. Wanneer u zoekt naar bepaalde termen in de vragenbank, dan zal het systeem zoeken in de vraagstelling, het antwoordmodel en in de door uw aangemaakte tags. Een tag toevoegen is handig wanneer een bepaalde term bij deze vraag hoort, maar niet is terug te lezen in de vraagstelling, in het antwoordmodel, of wanneer u later op hoofdstuk van uw lesboek wilt filteren. (in dat laatste geval voegt u de titel en het nummer van het hoofdstuk toe als tag.);
  • RTTI. Veel scholen in Nederland maken gebruik van de RTTI® methodiek van DocentPlus®. Met Test-Correct kunt u simpel een RTTI-export maken van uw klas na iedere gemaakte toets. Op die manier maken we het nog makkelijker om RTTI volwaardig in te zetten bij uw toetsen. U moet onder dit tabblad aangeven of dit vraagitem R, T1, T2 of I is om de RTTI-export mogelijk te maken.

 

Opmerking: Bij studenten is de automatische spellingcontrole uitgezet.

 

Open vraag

De categorie ‘Open vraag’ is op dit moment de enige categorie met meer dan één vraagtype.

 

Korte Open vraag

De bijzondere eigenschap van de ‘Korte Open vraag’ is dat de student maximaal 140 leestekens mag gebruiken om zijn antwoord te geven. Op deze manier dwingt u de studenten kort en bondig te antwoorden op vragen. Daarnaast weten we dat een vraag met een kort en bondig antwoord andere cognitieve vaardigheden vereist dan een vraag met een groter antwoord . Door nu al het verschil te maken kan Test-Correct in een later stadium analyses maken op verschillende cognitieve niveaus.

Het tabblad Antwoord.

Geef hier het antwoord op dat als antwoordmodel moet dienen. Handig is als u aangeeft waar hoeveel punten te verdienen zijn voor de student (zie afbeelding 10 als voorbeeld).

U heeft hier de mogelijkheid om dikgedrukt, cursief, opsommingen, tabellen, superscript en subscript te gebruiken.

LET OP: Uw studenten hebben slechts plaats voor 140 leestekens voor het geven van een antwoord.

Afb.10 Een voorbeeld van het antwoordmodel bij tabblad ‘Antwoord’ tijdens het creëren van een vraag

Afb.10 Een voorbeeld van het antwoordmodel bij tabblad ‘Antwoord’ tijdens het creëren van een vraag

 

 

Lange Open vraag

Bij dit vraagtype heeft de student geen limiet voor het schrijven van zijn/haar antwoord. Daarnaast kan het systeem op een later tijdstip analyses maken met het typerende kenmerk dat bij deze vraag een langer antwoord is vereist om het volle aantal punten te verdienen.

Het tabblad Antwoord.

Geef hier het antwoord op dat als antwoordmodel moet dienen. Handig is als u aangeeft waar hoeveel punten te verdienen zijn voor de student (zie afbeelding 10 als voorbeeld).

U heeft hier de mogelijkheid om dikgedrukt, cursief, opsommingen, tabellen, superscript en subscript te gebruiken.

 

Gatentekst

Op afbeelding 11 ziet u een voorbeeld van een gatentekstvraag zoals een student deze ziet.

 

Bij deze vraag dient u geen vraag en antwoord te formuleren. U schrijft (of copy/paste) een stuk tekst in het tabblad ‘Tekst’. Nu kunt u aangeven welke woorden in de tekst vervangen moeten worden met lege tekstvelden waar de student zijn antwoord in moet typen (zie afbeelding 12).

Hoe u dat doet:

Er zijn twee manieren om ervoor te zorgen dat woorden worden vervangen door een leeg tekstveld.

Manier 1:

U highlight de woorden waarvan u wilt dat ze vervangen worden door een leeg tekstveld. Dit doet u door te dubbelklikken op het gewenste woord of door uw cursor vlak voor het woord te plaatsen en de linkermuisknop indrukken (en ingedrukt houden). Vervolgens sleept u de cursor over het/de desbetreffende woord(en). Ze zijn nu gehighlight. Nu drukt u op de knop ‘Vierkante haakjes toevoegen’ (zie afbeelding 12). U ziet dat er links en rechts van de gehighlighte woorden vierkante haakjes zijn toegevoegd.

 

Afb.11 De gatentekstvraag zoals een student deze ziet

Afb.11 De gatentekstvraag zoals een student deze ziet

 

Afb.12 Screenshot van het tabblad ‘Tekst’ van de gatentekstvraag

Afb.12 Screenshot van het tabblad ‘Tekst’ van de gatentekstvraag

 

 

Manier 2:

U plaatst een vierkant-haakje-openen voor het woord en een vierkant-haakje-sluiten achter het woord. Dit kunt u ook met een zin of zinsnede doen.
U herhaald één van bovenstaande twee manieren voor ieder ‘gat’ dat u wilt creëren bij deze vraag. De tekst die tussen de twee vierkante haakjes is geplaatst zal terug komen in het antwoordmodel op het moment van bespreken met de studenten en op het moment van nakijken door de docent (zie afbeelding 13 als voorbeeld van een antwoordmodel).

Afb.13 Screenshot van het scherm van een student, tijdens het beoordelen van een gatentekstvraag

Afb.13 Screenshot van het scherm van een student, tijdens het beoordelen van een gatentekstvraag

 

Combineervraag

Bij dit vraagtype krijgt de student de opdracht om een reeks uitspraken/woorden te koppelen aan een andere reeks uitspraken/woorden. Dit is een gesloten vraag, het systeem kan de antwoorden van de studenten automatisch nakijken.

Het tabblad Antwoorden.

Hier ziet u twee kolommen en één regel waarin u antwoorden kunt geven met daaronder de knop ‘Optie toevoegen’. Door op deze knop te klikken ontstaat er een nieuwe regel. U geeft op iedere regel aan welke twee uitspraken/woorden bij elkaar horen. De student zal tijdens het maken van de toets de gegeven antwoorden aan de rechterkant door elkaar geshuffled krijgen, bij iedere student is dit willekeurig.

 

Rubriceervraag

Dit vraagtype lijkt veel op de combineervraag, het verschil is echter dat er per gegeven uitspraak/woord in de linkerkolom meerdere antwoorden van de rechterkolom te plaatsen zijn.

Het tabblad Antwoorden.

Per item links zijn er dus meerdere mogelijkheden, voer één optie per regel in onder “Mogelijkheden”. Zie afbeelding 14.

 

Afb.14 Screenshot van een voorbeeld in het tabblad ‘Antwoorden’ bij het creëren van de rubriceervraag

Afb.14 Screenshot van een voorbeeld in het tabblad ‘Antwoorden’ bij het creëren van de rubriceervraag

 

Multiple Choice

Een meerkeuzevraag bestaat uit een vraag dat een probleem bevat en de alternatieven. De alternatieven zijn de antwoordmogelijkheden waaruit studenten kunnen kiezen. De foute alternatieven zijn de afleiders, het juiste alternatief de sleutel.

U kunt ervoor kiezen om een MC-vraag met één correct alternatief te maken of een MC-vraag waar meerdere alternatieven correct zijn.

LET OP: Uw studenten wordt verteld hoeveel alternatieven gekozen kunnen worden, dit gebeurt aan de hand van het aantal sleutels (alternatieven waar punten te verdienen zijn).

Het tabblad Antwoorden.

U ziet een regel tekstveld met aan de rechterkant een scoreveld. Hieronder ziet u de knop ‘Optie toevoegen’. Door op de knop ‘Optie toevoegen’ te klikken komt er een nieuwe regel bij voor een nieuw alternatief.

U maakt de gewenste alternatieven aan. Automatisch staat de score voor ieder alternatief op 0. Voor het correcte alternatief (de sleutel) dient u de score aan te passen.

U heeft de mogelijkheid om meerdere alternatieven met een score hoger dan 0 te geven. Houdt er wel rekening mee dat de student verteld wordt hoeveel sleutels in de reeks alternatieven te vinden zijn (zie afbeelding 15).

 

 

Afb.15 Screenshot van de studentweergave tijdens het maken van een toets

Afb.15 Screenshot van de studentweergave tijdens het maken van een toets

 

 

Rangschikvraag

Bij dit vraagtype moet de student de juiste volgorde aangeven van een reeks. Dit is een gesloten vraag.

Het tabblad Antwoorden.

Hier ziet u één regel waar u een woord/uitspraak/zinsnede kunt plaatsen. Daaronder ziet u de knop ‘Optie toevoegen’. Door op de knop ‘Optie toevoegen’ te klikken krijgt u een extra regel. De volgorde die u aanhoudt bij de creatie van de vraagitems zal gezien worden als de juiste volgorde. De studenten zullen de reeks ieder in een willekeurige volgorde zien, die ze vervolgens in een andere volgorde kunnen plaatsen.

LET OP: Het systeem gebruikt een algoritme om tot een beoordeling te komen. Ervaring leert ons dat in sommige gevallen het algoritme niet de wenselijke beoordeling geeft. We raden docenten aan om de vragen van het type ‘Rangschikvraag’ nog eens na te kijken voordat er wordt becijferd.

 

Tekenvraag

Als u wilt dat uw studenten iets tekenen als antwoord dan kunt u dit vraagtype inzetten. Het is mogelijk om een achtergrondafbeelding te gebruiken waar de student op moet tekenen. U kunt een raster plaatsen (makkelijk hulpmiddel als studenten een grafiek moeten tekenen) of u geeft een leeg tekenvlak aan uw studenten.

Het tabblad Antwoord.

Allereerst ziet u het advies om achtergrond-afbeeldingen te gebruiken met een verhouding 2:1. De voorkeur gaat uit naar een resolutie van 970 X 475 pixels. U mag ook hogere resoluties gebruiken. Het gevaar hierbij is dat het netwerk van uw klaslokaal overbelast kan raken bij de toetsafname. Omdat Test-Correct geen invloed heeft op uw netwerk raden wij een lage resolutie aan. Het is echter heel goed mogelijk dat uw netwerk prima en zonder problemen hogere resoluties aan achtergrondafbeeldingen aan kan, dit verschilt per school.

Onder dit advies ziet u de knop ‘Antwoord tekenen’.

Klik op de knop ‘Antwoord tekenen’.

U ziet nu het tekenpallet. Alles wat u tekent zal gebruikt worden als antwoordmodel tijdens het bespreken en nakijken.
Bij afbeelding 16 ziet u een screenshot van het tekenpallet. Er zijn functies genummerd. De uitleg wat deze functies doen kunt u onder het screenshot vinden.

 

Afb.16 Screenshot van het tekenpallet, met nummering

Afb.16 Screenshot van het tekenpallet, met nummering

 

  1. Tekenen. Het kwastje geeft u de mogelijkheid om vrijuit te tekenen in het witte vlak. Dit gaat het makkelijkst met een touchscreen of een tekentablet;
  2. Lijn. Hiermee kunt u rechte lijnen trekken;
  3. Pijl. Hiermee kunt u pijlen trekken;
  4. Cirkel. Hiermee creëert u ovalen of cirkels;
  5. Vierkant. Hiermee creëert u rechthoeken of vierkanten;
  6. Raster. Onder deze knop krijgt u een lijst te zien van 2 tot en met 8. Het getal geeft aan uit hoeveel rijen het raster moet bestaan. Dit is een handig hulpmiddel als studenten bijvoorbeeld grafieken moeten maken of moeten invullen;
  7. Achtergrond. Als u op deze knop klikt kunt u een afbeelding uitzoeken op uw computer die het systeem als achtergrond in de tekening plaatst. Vergeet daarbij niet dat u de juiste verhouding gebruikt als u wilt voorkomen dat de afbeelding uitrekt (2:1);

LET OP: de student zal de achtergrond ook zien bij het beantwoorden van deze vraag.

  1. Lijndikte. U ziet hier drie knoppen, met deze knoppen kunt u de gewenste lijndikte aangeven;
  2. Kleurenpalet. Op dit moment kunt u kiezen voor de kleuren zwart, groen, rood en blauw;
  3. Sluiten. Als u op deze knop klikt dan sluit het tekenpallet zich zonder dat er iets is opgeslagen;
  4. Opslaan. Als u op deze knop klikt dan zal de tekening worden opgeslagen als antwoordmodel. De eventuele achtergrond en het raster zal te zien zijn door de student;
  5. Tekenveld. Hier kunt u uw antwoord op de vraag tekenen;
  6. Layers. Wanneer u een tekening maakt in het tekenveld dan zal iedere actie die u doet als een aparte laag (layer) gezien worden. Elke laag die u creëert komt in deze lijst terecht. U ziet naast elke laag het oog-icoontje, door hierop te klikken maakt u de laag respectievelijk onzichtbaar of zichtbaar. Op deze manier kunt u alle ongewenste acties onzichtbaar maken. Wanneer u tevreden bent over uw eindresultaat (nadat u de ongewenste acties onzichtbaar heeft gemaakt) dan klikt u op de knop ‘Opslaan’ (11.).

LET OP: zodra u de tekening opslaat verdwijnen alle lagen en zal de tekening als één afbeelding worden opgeslagen. Het is dan niet meer mogelijk om bij het openen van de tekening lagen (on)zichtbaar te maken.

U heeft een tekening gemaakt en vervolgens opgeslagen. U bent nu weer terug in de Tekenvraag-pop-up.

 

Juist/Onjuist vraag

Dit is een gesloten vraag. Hierbij worden vaak stellingen gegeven. De student moet aangeven of deze juist of onjuist zijn.

Het tabblad Antwoord

Hier krijgt u de optie om het juiste antwoord aan te geven; Juist of Onjuist.

 

Selectievraag

De selectievraag lijkt veel op de gatentekstvraag met het verschil dat de student een keuze heeft over een aantal alternatieven, waarvan er één het juiste antwoord is (de sleutel). De selectievraag is dus een gesloten vraag en kan dus door het systeem zelf worden nagekeken (zie afbeelding 17 als voorbeeld wat een student ziet).

Afb.17 Screenshot van studentweergave tijdens het beantwoorden van een selectievraag

Afb.17 Screenshot van studentweergave tijdens het beantwoorden van een selectievraag

 

Het tabblad Tekst

De selectievraag heeft net als de gatentekstvraag geen tabblad ‘Antwoord’. Immers, de gegeven antwoorden in ieder gat worden al aangegeven in de tekst. Er zijn twee manieren om gaten te creëren bij een selectievraag.

Manier 1:

U highlight de woorden waarvan u wilt dat ze vervangen worden door een tekstveld met gegeven alternatieven, dit doet u door te dubbelklikken op het gewenste woord of door uw cursor vlak voor het woord te plaatsen en de linkermuisknop in te drukken (en ingedrukt houden). Vervolgens sleept u de cursor over het/de desbetreffende woord(en). Ze zijn nu gehighlight. Nu drukt u op de knop ‘Vierkante haakjes toevoegen’ (zie afbeelding 18). Nu krijgt u de pop-up ‘Optie toevoegen’ (zie afbeelding 19). Het juiste antwoord is al opgegeven, dat is/zijn het/de woord(en) die u eerder heeft gehighlight. Hieronder vraagt het systeem om een foutief antwoord op te geven. Bij het beantwoorden van de vraag door de student krijgt hij/zij de keuze om uit één van de twee alternatieven te kiezen. U heeft ook de mogelijkheid om meerdere foutieve antwoorden op te geven. Klik op ‘Optie toevoegen’ en u ziet een nieuwe regel tevoorschijn komen waar u een nieuw foutief antwoord kunt opgeven. U kunt maximaal 9 foutieve antwoorden opgeven. Als u klaar bent met het toevoegen van alle alternatieven dan klikt u op de knop ‘Toevoegen’ onderaan de pop-up. U ziet dat er links en rechts van de gehighlighte woorden vierkante haakjes zijn toegevoegd. Ook ziet u dat alle foutieve alternatieven zijn toegevoegd tussen de haakjes, gescheiden door een staand streepje (deze: | ). Het eerste alternatief (dat direct na haakje openen staat), wordt door het systeem als het juiste antwoord gezien, alle overige alternatieven worden als foutief antwoord gezien.

 

 

Afb.18 Het toevoegen van de vierkante haakjes tijdens de creatie van een selectievraag

Afb.18 Het toevoegen van de vierkante haakjes tijdens de creatie van een selectievraag

Afb.19 Het toevoegen van alternatieven voor het juiste antwoord kan ook anders

Afb.19 Het toevoegen van alternatieven voor het juiste antwoord kan ook anders

 

Manier 2:

U plaatst een vierkant-haakje-openen voor het woord en een vierkant-haakje-sluiten achter het woord. Dit kunt u ook met een zin of zinsnede doen. Vervolgens voegt u extra (foutieve) alternatieven toe na het juiste alternatief, gescheiden door een staand streepje ( | ). Let op dat u altijd begint met het juiste antwoord, het systeem gebruikt automatisch het eerste alternatief als het juiste antwoord.

 

U herhaald één van bovenstaande twee manieren voor ieder ‘gat’ dat u wilt creëren bij deze vraag. De alternatieven zullen bij iedere student in willekeurige volgorde bij ieder gat getoond worden. Het juiste alternatief zal terug komen in het antwoordmodel op het moment van bespreken met de studenten en op het moment van nakijken door de docent.

 

ARQ-vraag

ARQ staat voor assertion-reason question. ARQ-vragen zijn gecombineerde juist/onjuist vragen waarbij twee stellingen moeten worden gecombineerd. Wanneer beide stellingen juist zijn wordt van de student gevraagd om te beoordelen of de relatie die tussen de stellingen gelegd is correct is. Dit is dus een gesloten vraag.

Het tabblad Antwoorden

Technisch gezien is de ARQ-vraag een multiplechoicevraag waarbij er vijf standaard alternatieven worden gegeven. De mogelijke antwoorden staan aangegeven met aan de rechterkant achter ieder antwoord een scoreveld. Standaard staan de scores op 0 punten. U moet de score van het juiste antwoord aanpassen naar minimaal 1.

 

Wiskundevraag

Dit vraagtype wordt als een open vraag behandeld. U moet deze vraag dus bespreken om het nagekeken te krijgen. Wanneer u formules wilt gebruiken in uw vraag of antwoordmodel dan kunt u voor dit vraagtype kiezen. U krijgt dan de mogelijkheid om ingewikkelde formules te noteren binnen uw tekst. Houdt er rekening mee dat studenten ook die mogelijkheid krijgen bij dit vraagtype.

LET OP: Onlangs hebben wij ervaren dat de wiskundevraag erg lastig te gebruiken is op iPads met iOS9. Voorlopig raden wij u aan om wiskundevragen enkel op laptops, desktops of Chromebooks in te zetten. Zodra wij een oplossing hebben gevonden voor deze uitdaging zullen wij dat mededelen.

 

Bronnen

Bij iedere vraag en vraag-groep krijgt u de mogelijkheid om bronnen toe te voegen. U kunt kiezen uit:

  • Afbeelding
  • PDF document
  • Geluidsfragment
  • Video

Hieronder gaan wij dieper in op ieder brontype.

 

Afbeelding

U kunt ervoor kiezen om een afbeelding die op uw device/computer staat te koppelen aan een vraagitem. U klikt op de knop ‘Afbeelding uploaden’. Er verschijnt een pop-up van uw OS (iOS, Windows of Linux). Hier kunt u bladeren door de bestanden op uw eigen device. Zodra u de gewenste afbeelding gevonden heeft klikt u eenmaal op de bestandsnaam en klikt op de knop ‘Openen’ of u dubbelklikt op de afbeelding.

De afbeelding is toegevoegd als u ziet dat er een regel is toegevoegd (zie afbeelding 20). U ziet ook welke naam de afbeelding krijgt (standaard is dit ‘Bijlage #X’ waarbij X een oplopend getal is), deze naam is wat de student ook ziet. U kunt naar deze bestandsnaam refereren in uw vraag.

Afb.20 Het tabblad ‘Bronnen’ tijdens de creatie van een vraag, als voorbeeld reeds één bron toegevoegd

Afb.20 Het tabblad ‘Bronnen’ tijdens de creatie van een vraag, als voorbeeld reeds één bron toegevoegd

 

De volgende bestandstypen worden als afbeelding ondersteund door Test-Correct:

  • BMP
  • JPEG

LET OP: Controleer of u op voorhand de afbeeldingen kunt comprimeren. Grote afbeeldingen kunnen problemen geven met de connectiviteit binnen uw school. (Dertig studenten die tegelijkertijd foto’s downloaden van aanzienlijke omvang kan in sommige gevallen problemen geven.)

 

PDF

Als u de studenten grote stukken tekst wilt laten lezen vanuit een bron dan werkt dit het fijnst voor uw studenten als u de tekst als bijlage in een PDF heeft toegevoegd aan de vraag/vraag-groep. U drukt op de knop ‘PDF uploaden’. Er verschijnt een pop-up van uw OS (iOS, Windows of Linux). Hier kunt u bladeren door de bestanden op uw eigen device. Zodra u het PDF-bestand gevonden heeft klikt u eenmaal op de bestandsnaam en klikt op de knop ‘Openen’ of dubbelklikt u op het PDF-bestand.

Het PDF is toegevoegd als u ziet dat er een regel is toegevoegd. U ziet ook welke naam de afbeelding krijgt (standaard is dit ‘Bijlage #X’ waarbij X een oplopend getal is, zie afbeelding 20), deze naam is wat de student ook ziet. U kunt naar deze bestandsnaam refereren in uw vraag.

 

Geluidsfragment

Als u lesgeeft in moderne vreemde talen, dan moet u geregeld luistertoetsen afnemen bij uw studenten. Vroeger ging dit gepaard met omslachtige cassetterecorders of cd’s, tegenwoordig met nog omslachtigere digitale methodes van uitgeverijen. Met Test-Correct kunt u al die omslachtige manieren overboord gooien. U kunt met gemak geluidsbestanden vanaf uw device uploaden in Test-Correct.

U klikt op de knop ‘Geluidsfragment uploaden’. U krijgt nu een pop-up te zien. In afbeelding 21 hebben we de onderdelen van de pop-up genummerd.

 

Afb.21 De pop-up bij het toevoegen van een geluidsfragment, met nummering

Afb.21 De pop-up bij het toevoegen van een geluidsfragment, met nummering

 

Hieronder uitleg van de onderdelen bij de pop-up ‘Geluidsfragment’:

  1. Bestand. Als u op de knop ‘Bestand kiezen’ klikt, dan verschijnt er een pop-up van uw OS. Hier kunt u bladeren door de bestanden op uw device. Zodra u het gewenste geluidsbestand gevonden heeft klikt u eenmaal op de bestandsnaam en klikt op de knop ‘Openen’ of dubbelklikt u op het geluidsbestand;
  2. Pauzeerbaar. Als u deze functie aan heeft staan dan stelt u de student in de gelegenheid om op ieder ogenblik het geluidsbestand te pauzeren. Als u deze functie uit heeft staan dan dwingt u de student het hele bestand af te spelen op het moment dat hij/zij op de play-knop klikt;
  3. Eenmalig afspelen. Als u deze functie aan heeft staan dan kan de student het geluidsbestand slechts eenmaal afspelen. Als u de functie uit heeft staan dan stelt u de student in de gelegenheid om het geluidsbestand meerdere malen af te laten spelen;
  4. Seconden voor antwoord. Hier ziet u een leeg veld. Als u dit veld leeg laat dan hebben uw studenten geen tijdsbeperking bij het beantwoorden van de vraag na het beluisteren van dit geluidsbestand. Als u er echter voor kiest om een getal te plaatsen, dan zal er een teller aflopen op het moment dat het geluidsfragment is gestopt met afspelen. De teller begint bij het opgegeven aantal seconden. Zodra de teller de 0 heeft bereikt, dan sluit het systeem de vraag af. De student kan nu geen antwoord meer geven of zijn antwoord aanpassen;
  5. Opslaan. Als u hierop klikt, dan voegt het systeem het gekozen geluidsbestand toe aan dit vraagitem;
  6. Annuleer. Als u besluit toch geen geluidsbestand toe te voegen, dan klikt u op deze knop. Dit brengt u terug naar het vraagitem.

De volgende bestandstypen worden als geluidsbestand ondersteund door Test-Correct:

  • MP3

 

Video

Als u als bron een video wenst te gebruiken dan kan dat.

LET OP: Als het om een video gaat waar ook geluid te horen is, zorgt u er dan voor dat uw studenten beschikken over een koptelefoon. U zal niet de eerste docent zijn waar er een kakofonie aan geluiden het klaslokaal door tettert. Hoewel sommige studenten hier om kunnen lachen is het voor vele studenten een storende afleiding tijdens het maken van een toets, dus wees hierop alert.

U klikt op de knop ‘Video toevoegen’. In de pop-up ‘Videofragment’ wordt u slechts gevraagd een URL op te geven. URL staat voor “Uniform Resource Locator” en is jargon voor het internetadres. U kopieert de URL (internetadres) vanuit uw browser en plakt deze in dit tekstveld. Op dit moment ondersteunt Test-Correct enkel YouTube en Vimeo.

Wilt u een videofragment van uw computer/device gebruiken in uw toets? Dat kan! U plaatst uw video op YouTube of Vimeo en kopieert vervolgens de URL als bron.

Opmerking: Wij zijn ons er terdege van bewust dat docenten vaak gebruik maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal en dat deze niet zomaar op open kanalen als Vimeo en YouTube te plaatsen zijn. Op dit moment onderzoeken wij de mogelijke oplossingen dat gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal binnen Test-Correct mogelijk moet maken. Voorlopig raden wij u aan alternatieven te zoeken op auteursrechtelijk beschermd materiaal die reeds op YouTube of Vimeo te vinden zijn.